Bedrijfsarts worden

Specialisatie tot bedrijfsarts duurt 4 jaar en is een combinatie van onderwijs en praktijkopleiding. Een arts in opleiding tot bedrijfsarts werkt bij of voor een als opleidingsinrichting erkende arbodienst, onder begeleiding van een ervaren collega.

Het vak

Arbeids- en bedrijfsgeneeskunde is het medisch specialisme dat zich richt op de relatie tussen arbeid en gezondheid. De maatschappelijke relevantie is groot. Door de vergrijzende beroepsbevolking, de stijgende pensioenleeftijd en toename van het aantal chronisch zieken op de werkvloer zal de behoefte aan bedrijfsgeneeskundige zorg alleen maar toenemen.

Veelzijdig
Het is ook een veelzijdig vak, waarin u zowel preventief en curatief bezig bent. Bovendien werkt u als bedrijfsarts veel samen met andere (para)medische professionals, zowel binnen als buiten de curatieve zorg.

Met impact adviseren
De meeste bedrijfsartsen worden ingeschakeld door werkgevers. Een goede werkgever zal graag in de gezondheid van zijn werknemers investeren en daarbij gebruikmaken van de bedrijfsarts als adviseur. Werken is gezond, maar kan soms ook minder goed of zelfs schadelijk zijn voor de gezondheid. De bedrijfsarts kan dit in een vroeg stadium vaststellen. Dan is er vaak nog van alles aan te doen. Daarnaast kan de bedrijfsarts bij ziekte en verzuim aangeven wat een werknemer nog verantwoord kan doen. Dat kan enorm helpen bij het herstel en bij de hervatting van het werk.

De opleiding

Tijdens de 4-jarige opleiding is een 'arts in opleiding tot bedrijfsarts' werkzaam bij een als opleidingsinrichting erkende arbodienst. Er is geen limiet aan het aantal opleidingsplaatsen per jaar. De opleiding wordt betaald door de werkgever.

Onderwijs én praktijk
De opleiding is gesplitst in een praktijkopleiding en een cursorisch deel:

  • De 'arts in opleiding tot specialist arbeid en gezondheid - bedrijfsgeneeskunde' (aios bedrijfsgeneeskunde) werkt onder begeleiding van een ervaren collega: de praktijkopleider. De aois krijgt toegesneden praktijkopdrachten om zijn persoonlijke competenties uit te breiden. In de loop van de opleiding wordt hij ingezet op een steeds uitgebreider werkterrein.
  • Parallel aan de praktijkopleiding vindt het instituutsonderwijs plaats. Kennis en vaardigheden worden aangeboden in een afwisselend programma van interactieve colleges, vaardigheidstrainingen, moduleopdrachten en thematische werkgroepen. Het cursorisch gedeelte is te volgen in Utrecht (NSPOH) en in Nijmegen (SGBO).