Werk-Privé Balans

Te downloaden documenten

 

De SWING: toelichting bij het toepassen

Over normscores
  • De normwcores zijn te vinden op pagina 15 en 16 van het Achtergronddocument: tabel 2.
  • In de Richtlijn zelf staat het ook maar iets minder duidelijk (op pagina 8, onder 2. Wat is de prevalentie van een verstoorde werk-privé balans?): namelijk 333 per 1.000 werknemers scoort 2 of hoger op een vijfpuntsschaal.

Dus als je in hoog-midden-laag opdeelt, is 2 op een vijfpuntsschaal de normscore voor hoge verstoring in werk-privé balans.

Over het berekenen van items naar schalen

In bijlage 1 bij de richtlijn vindt u op pagina 13 de instructie over het berekenen van items naar schalen m.b.t. de SWING.

Instructie

Van schaal naar 1 score voor werk-thuis interferentie.

  1. U legt de vragen voor aan uw werknemer en vraagt per vraag aan te geven welke antwoorden het best van toepassing zijn. Dit vult u in de scoretabel in.
  2. Tel vervolgens de scores op de vragen bij elkaar op en deel deze door het aantal vragen (8). Dit levert de gemiddelde score op van de mate van verstoring van de werk-privé balans van deze werknemer. Dit getal kunt u gebruiken om te vergelijken met de normscores in de richtlijn.
  3. Let op! Soms wordt de antwoordschaal uitgebreid naar een 5 punten schaal om meer nuance in de antwoorden te krijgen met als gevolg een gevoeligere schaal. Als u uw 4 punten schaal wilt vergelijken met een normscore gebaseerd op een 5 punten schaal dient u uw berekende gemiddelde met factor 1,25 te vermenigvuldigen.

Vervolgens vindt u de scoretabel voor de SWING.

Ter informatie

De aanleiding van deze richtlijn is de wens het ‘kennisdossier werk- en rusttijden’ om te zetten in een richtlijn. Aangezien de term “werk- en rusttijden” een verouderde term is en vooral geassocieerd wordt met werk in ploegendiensten of het werk in de transportsector (bv. vracht­wagenchauffeurs), is door de projectgroep besloten deze term aan te passen naar werk-privé balans.  De redenen hiervoor waren tweeledig. Enerzijds is werk-privé balans de generieke term in de literatuur, anderzijds wilden we de richtlijn zo generiek mogelijk toepasbaar maken door ons niet te beperken tot het werk in ploegendiensten.

Werk en privé zijn in de huidige samenleving zo geïntegreerd dat er interactie plaats vindt tussen beide domeinen, in andere woorden werk en privé domeinen kunnen elkaar beïnvloeden. Zo kan het werk invloed hebben op de privésituatie, maar kan (tegelijkertijd) het privéleven ook een impact hebben op het werkend leven.

De interactie tussen werk en privé wordt veelal omschreven als het proces waarbij aspecten van de werk- en thuissituatie elkaar wederzijds op een dusdanige manier beïnvloeden dat emoties, cognities en/of gedragingen opgedaan in het ene domein van invloed zijn op emoties, cognities en/of gedragingen in het andere domein. Echter, deze richtlijn heeft een verstoorde werk-privé balans als uitgangpunt genomen. De reden voor de negatieve focus is dat met name de werknemers die verstoring ervaren, kans hebben om klachten te ontwikkelen die eventueel leiden tot ziekte en verzuim. Dit argument is gesterkt door de beschikbare literatuur op dit terrein die ook met name gaat over de disbalans of het conflict tussen werk- en privéleven. De werknemers die veelal positieve invloeden van hun werk op hun privéleven ervaren komen in de regel niet bij een bedrijfsarts of preventiemedewerker terecht. De focus op de richting van werk naar privé en niet omgekeerd heeft vooral  te maken met de beïnvloedings-mogelijkheden van de werkgever. Deze richtlijn wordt toegepast binnen een werksetting. Dit houdt in dat de beïnvloedingsfactoren binnen het werkdomein moeten liggen. Vandaar de keuze om veelal naar de invloed van werk op het privéleven te kijken.